Weesperstraat 402, 1018 DN Amsterdam

020- 4280237
info@amsteloefentherapie.nl

Dagelijks horen hoe fantastisch je bent, geeft weinig zelfvertrouwen

Kinderen die altijd uit de wind zijn gehouden. Die niet hebben geleerd hoe weerbarstig de realiteit kan zijn. En die desondanks lijden aan een opgeblazen zelfbeeld. Maak kennis met de achterbankgeneratie, een term gemunt door de Nijmeegse hoogleraar Jan Derksen in zijn boek 'Zijn we wel narcistisch genoeg?' (2007). Derksen signaleert een toename in narcisme onder de generatie geboren na 1980.

Oorzaak zijn veranderingen in onze manier van opvoeden. Ouders zijn geweldig trots op hun kinderen, maar leren hen niet omgaan met tegenslagen. Kinderen ervaren een schok wanneer blijkt dat zij in werkelijkheid even middelmatig zijn als iedereen om hen heen. Derksen in een interview met 'Intermediair'. "Ze zijn als tropische vissen in de Noordzee: de werkelijkheid is hard, alles doet hen zeer."

Bovendien doet deze vertroetelde generatie minder zijn best om zichzelf te verbeteren. Als je telkens te horen krijgt dat je fantastisch bent, waarom zou je dan je best doen voor een briljante carrière of een hoge cijferlijst? Elke dag horen hoe fantastisch je bent geeft weinig zelfvertrouwen.

In het Amerikaanse magazine 'The Atlantic' beschrijft schrijver en therapeut Lori Gottlieb dit fenomeen. In haar praktijk ziet zij veel twintigers die kampen met gevoelens van leegte, onzekerheid en verwardheid: een weinig vruchtbare voedingsbodem voor ambitie. De standaardaanname bij psychische problematiek is dat er tenminste een kritische moeder of afwezige vader in het spel moet zijn. Maar deze cliënten vertellen dat hun ouders hun beste vrienden zijn die altijd voor hen klaarstaan. Ouders zo perfect dat Gottlieb zich begon af te vragen of ze misschien te veel hadden gedaan. In haar zoektocht langs verschillende deskundigen - onderwijzers, psychologen, sociologen - ontdekt ze dat de focus op geluk en zelfvertrouwen een aannemelijke verklaring biedt voor het ongeluk van de jongvolwassenen in haar behandelkamer. Het werkt als volgt: door elke pijn (mislukking, verlies, stomme pech) uit de weg te ruimen ontzeg je kinderen de mogelijkheid zich te leren verhouden tot de rauwe kant van het bestaan. Bovendien krijgen ze de boodschap dat ze niet tegen moeilijkheden opgewassen zijn en dat zet niet aan tot grootse prestaties, daar heb je nu juist een flinke dosis doorzettingsvermogen en een dikke huid voor nodig.

De obsessie met zelfvertrouwen heeft ervoor gezorgd dat kinderen voornamelijk positief worden bekrachtigd. Uit verschillende onderzoeken is inmiddels gebleken dat een opgeblazen zelfgevoel, niet gestoeld op reële prestaties, uiteindelijk minder zeker maakt. Zelfvertrouwen is het resultaat van (kleine) successen en bevredigende sociale relaties, niet van een vader of moeder die elke dag vertelt hoe fantastisch je bent. Met andere woorden: je krijgt een goed gevoel over jezelf wanneer je iets voor elkaar krijgt en vooral wanneer je jezelf verbaast als blijkt dat je meer kunt dan je dacht.

Hoe kun je als opvoeder wel bijdragen aan een reëel zelfbeeld als een kind trots zijn tekening toont? Doe een constatering, 'jij hebt vandaag veel geel gebruikt!'. Stel een vraag, 'hoe wist je hoe je die tractor moest tekenen?' of zeg een keer niets. Kinderen die vrij worden gelaten in de keuze van eigen doelen en strategieën hebben een hogere intrinsieke motivatie en tonen meer interesse. Dit leidt tot een positievere zelfwaardering.

NRC-Next - dinsdag 19 juli 2011; pagina 18 en 19