Weesperstraat 402, 1018 DN Amsterdam

020- 4280237
info@amsteloefentherapie.nl

Taal en assertiviteit

Voor jezelf opkomen gebeurt met het gebruik van het woord 'ik'. En slechts twee woorden 'ik' en 'wil' zijn de meest directe en duidelijke om je wensen kenbaar te maken.

Met 'ik wil' neem je verantwoordelijkheid voor je keuzen, confronteer je jezelf met de daaraan verbonden gevoelens. 'Ik moet weg' klinkt afhankelijker dan 'ik wil weg' of 'ik ga weg'. 'Moeten' is vaak gerelateerd aan een onbewust ingeprent commando, meestal die van je opvoeders. 'Moeten' duldt geen tegenspraak. En als je vaak 'ik moet' zegt lijkt het alsof je zelf niet wil. Alsof er iemand is die jouw commandeert. Hetzelfde geldt voor 'ik mag' en 'ik mag niet', 'ik kan' en 'ik kan niet'. Vervang het door 'ik wil' en 'ik wil niet' om je eigen oorzaak te zijn en je niet te verschuilen achter de 'omstandigheden'.

Ga eens bij jezelf na hoe het voelt als je de woorden 'ik moet' hardop zegt. Experimenteer vervolgens eens een week met woorden waaruit blijkt dat jij je eigen baas bent. Alleen als je dat zelf wilt, natuurlijk. Op een rustige toon 'ik wil' of 'ik ga' zeggen, is een belangrijk onderdeel van assertief gedrag.

  • Ik wil daar met jou over praten
  • Ik wil met jou naar de film
  • Ik ga om tien uur weg
  • Ik wil dat niet
  • Ik wil twee gesneden volkoren brood

En als je je afvraagt of de ander je niet vervelend vindt als je zo direct zegt wat je wilt? Vraag de ander dan hoe die het vindt. 'Wat vind je ervan, dat ik dit zo zeg?'